Korte verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand

 

image003.jpg

 

Korte Verhandeling

van

GOD

de MENSCH 

en deszelvs

WELSTAND.

Voor deze in de Latijnse taal beschreven door B.D.S.

ten dienste van sijne Leerlinge die zig wilde

begeven tot de oeffeninge der Zeede konst

en Waare Wijsbegeerte.

En nu in de Nederduytse spraak overgezet ten

dienste van de Liefhebbers van Waarheid en Deugd:

op dat die daarvan zo breed opgeven en hun drek en vuijligheid aan de eenvoudige voor Amber de grijs

in de vuijst duwen een maal de mond gestopt

mogten werden en ophouden te lasteren, dat zij nog

niet verstaan: God, hun zelven, en malkanders

welstand helpen in agt nemen. En die krank

in't verstand sijn door den geest der Sagtmoedigheid en

Verdraagzaamheid geneezen, naa't voorbeeld van [Christus] de

Heer Christus, onzen besten Leermeester.

Ontdekking van de KV (zoals dit werk vaak wordt afgekort)
In het midden van de 19e eeuw, in 1851, kocht E. Boehmer bij boekhandelaar F. Muller een exemplaar van J. Colerus’ biografie van Spinoza. Daarin trof hij twee teksten aan die hij het jaar erop publiceerde: Korte schets der Verhandeling van Benedictus de Spinoza: over God, den Mensch, en deszelvs Welstand, alsmede een kopie van Aantekeningen bij het Godgeleerd-Staatkundig Vertoog. Volgens een handgeschreven aantekening op de bladzijde waarop Colerus gegevens over de geschriften van Spinoza genoteerd had, zouden vrienden over een verhandeling beschikken waarin dezelfde redeneringen als in de Ethica, maar niet in meetkundige trant; het zou een voorstudie van Spinoza geweest zijn voor zijn hoofdwerk. Dezelfde boekhandelaar kwam daarna nog een exemplaar van de Korte Verhandeling tegen dat in het midden van de 18e eeuw moest zijn geschreven.

J. van Vloten publiceerde de twee teksten van de Korte Verhandeling in 1862 in een Supplementum bij de werken van Spinoza. Drie jaar later, in 1865, toonde A. van der Linden aan dat de door Boehmer uitgegeven korte schets en de Aantekeningen, ook die in Colerus’ biografie, van de hand van één kopiïst waren: de Amsterdamse arts J. Monnikhoff (1707-1787).

Spinoza moet deze tekst, waarschijnlijk in het Latijn, geschreven hebben in de jaren 1658/1659, want rond het jaar 1660 circuleerde deze onder zijn Amsterdamse vrienden.

HERTALING (door Lotte Jensen) van J. Monnikhoff, Voorrede bij zijn afschrift van de Korte Verhandeling van Benedictus de Spinoza

Lees hier wat prof P. Steenbakkers over de KV schrijft

 

De zeventiende-eeuwse Nederlandse tekst van de KV is opgenomen in
B. de Spinoza, Korte geschriften,
bezorgd door F. Akkerman, H.G. Hubbeling, F. Mignini, M.J. Petry, N. en G. van Suchtelen, Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1982

De tekst is op internet op de volgende sites te vinden:

KV op wikisource 

KV met toelichtingen en vocabularium

 

In Engelse vertaling van A. Wolf, Short Treatise on God, Man, and His Well-Being [hier]